VdLC
aanbestedingscursussen
voor aanbestedende diensten en bedrijven

Jurisprudentie-marathon aanbestedingsrecht voorjaar 2020 op 9 juni 2020

De jurisprudentie-marathon is inmiddels een begrip in de aanbestedingswereld. Op speelse wijze, in de vorm van een quiz, behandelen Suzanne Brackmann en Theo van der Linden meer dan 40 rechtszaken van het afgelopen half jaar. Dit voorjaar vindt de marathon plaats op 9 juni 2020, uiteraard zoals altijd in conferentiecentrum Drakenburg in Baarn.

Wie zich nu opgeeft ontvangt bovendien gratis het boek AANBESTEDINGSJURISPRUDENTIE IN DE PRAKTIJK waarin Theo van der Linden maar liefst 510 rechtszaken en adviezen van de commissie van aanbestedingsexperts behandelt. Geef bij aanmelding dus ook even je postadres op.

We garanderen een levendige en leerzame dag. De volgende onderwerpen komen in ieder geval aan de orde:

  • In de aanbestedingsstukken staat dat er beoordeeld zal worden door een beoordelingscommissie van vier personen, terwijl het in werkelijkheid zeven personen waren. Vindt de rechter dat een probleem?
  • De aanbestedende dienst ontkent dat er een marktconsultatie heeft plaatsgevonden. Het enige dat gebeurd is, is een marktverkenning. Is dat volgens de rechter hetzelfde?
  • Een inschrijver is vanaf 11:56.45 uur – herhaald en onder grote druk doende is geweest om haar inschrijving op TenderNed  (sluiting 12.00 uur) in te dienen. De via SMS-bericht ontvangen codes zijn steeds ingevoerd, maar steeds zonder resultaat. Vindt de rechter dat ze maar eerder hadden moeten beginnen?
  • Een aanbestedende dienst sluit een contract af, maar binnen de eigen organisatie zijn er mensen die daar lak aan hebben en zelf, buiten het contract om inkopen. We noemen dit ‘maverick buying’. Mag dat van de rechter?
  • De inschrijving van de winnaar wordt ‘hoog gewaardeerd, omdat hij zijn BLVC-plan verregaand heeft uitgewerkt en de betrokken stakeholders daarin heeft meegenomen’. Kan diezelfde hoog gewaardeerde inschrijving een paar weken later alsnog ongeldig blijken te zijn?
  • Heeft de gemeente echt in een telefoongesprek gezegd ‘dat er niet zwaar aan eis 4 zou worden getild’?
  • Door het gebruik van de relatieve methode scoorden twee inschrijvers 0 punten en de winnaar 400 punten. Vindt de rechter dat ‘absurd’?
  • Een gemeente laat de inschrijvers vrij om te kiezen voor een clouddienst of een installatie op de infrastructuur van de gemeente. Zijn de inschrijvingen dan nog wel te vergelijken?
  • Een inschrijver kan afzien van de opdracht voor het aanleggen van een glasvezelnetwerk, als er bij bewoners van de omliggende gebieden weinig animo bestaat om zich ook aan te sluiten. Mag dat?
  • Gelden de (zeer) beperkte mogelijkheden tot aantasting van een eenmaal gesloten overeenkomst zoals die voortvloeien uit artikel 4.15 Aw, ook voor een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure onder de drempelwaarde?
  • Een aanbestedende dienst schrijft dat zij er op basis van ervaringen in andere projecten wel vertrouwen in heeft dat [eiseres] het budget zal bewaken. Mag dat?
  • In het plan van aanpak staat inderdaad duidelijk dat er met een gecertificeerde onderaannemer gewerkt zal worden maar niet met welke. Mag dat?
  • Een inschrijver zegt “veel te zullen communiceren met de medewerkers, een servicedesk beschikbaar te stellen, digitaal en telefonisch bereikbaar te zijn, en enkele dagdelen per week op locatie aanwezig te zijn. Wordt de aanbestedende dienst hiermee voldoende ‘ontzorgd’?
  • Onregelmatige inschrijvingen zijn volgens de gemeente inschrijvingen die niet voldoen aan de vereisten in de aanbestedingsstukken. De rechter vindt dat ‘voorshands te kort door de bocht’. Waar of niet?
  • Inschrijvers moeten aangeven hoe ‘op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het gronddepot op KC De La Reyweg’. Is het dan toegestaan dat een inschrijver ook gewoon geen gebruik maakt van dit gronddepot?
  • De gemeente hanteert maar liefst 54 beoordelingsaspecten. Moet de Gemeente dan in de voorlopige gunningsbeslissing aandacht schenken aan alle beoordelingsaspecten en per individueel beoordelingsaspect motiveren waarom er al dan niet aan is voldaan?
  • Er is een aanbesteding voor uitvaarten van gemeentewege. Een uitvaartcentrum schrijft in met € 450,- per uitvaart, inclusief meerkosten. Op de eigen website is het tarief voor consumenten € 5.495,- voor een begrafenis (basis). Is dit dus een abnormaal lage inschrijving?
  • Er wordt vaak geklaagd over de papierwinkel waarmee bedrijven opgezadeld worden bij bijvoorbeeld WMO-dagbesteding. Zegt de rechter echt: ‘Een professionele partij zou – indien de gemeente daar om vraagt – haar gehele administratie in één keer moeten kunnen overleggen.’?
  • De beoordeling van de inschrijvingen vindt plaats door een intern team, dat bestaat uit beleidsadviseurs en relatiemanagers. Is hiermee voldoende onderbouwd dat de commissieleden over de noodzakelijke deskundigheid en ervaring beschikken om de inschrijvingen op een deskundige wijze te beoordelen?
  • Bij een WMO-aanbesteding zijn de gemeentes van mening dat het redelijk en proportioneel is om uit te gaan van een transformatieperiode van zes maanden voor een wijziging van beschermd wonen, met ambulante hulp, naar Thuiswonenplus, en dat zij voor die periode nog de huidige huisvestingskosten blijven vergoeden. De voorzieningenrechter vindt echter dat die termijn één jaar moet zijn. Waar of niet?

Aanmelden kan via vdlc@bart.nl