VdLC
aanbestedingscursussen
voor aanbestedende diensten en bedrijven

Pas op met je linkedin-profiel!

De gemeente Rotterdam moet een inschrijving opnieuw beoordelen omdat een concurrent door middel van een linkedin-profiel aantoonde dat de ervaring van de bouwkostendeskundige niet de minimaal gewenste 10 jaar, maar slechts negen jaar en vijf maanden was. Het is al de tweede keer dat linkedin een rol speelt bij een aanbestedingsrechtszaak. In het verleden werden er linkedinprofielen bijgehaald om aan te tonen dat de beoordelaars niet deskundig zouden zijn.

Op 9 december 2019 heeft de Gemeente Rotterdam de aankondiging gedaan voor de Europese openbare aanbestedingsprocedure voor de opdracht ‘Bouwkostendeskundige voor de renovatie van het Museum Boijmans Van Beuningen’. Acht partijen hebben voor de Opdracht ingeschreven, waaronder IGG en de vennootschap Bremen Bouwadvies B.V.

Op 3 maart 2020 heeft IGG bezwaar gemaakt tegen het gunningsvoornemen. IGG heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat Bremen niet aan de functieprofielen voldoet en daaraan ook niet kan voldoen.

Ze stappen naar de rechter en die zegt het volgende:

“IGG heeft zich op het standpunt gesteld dat de relevante werkervaring van [naam persoon 1] ten tijde van de inschrijving op de aanbesteding 9 jaar en vijf maanden bedroeg. Zij heeft in dit verband verwezen naar het LinkedIn-account van [naam persoon 1] . Ter zitting heeft de Gemeente zich beroepen op een cv waaruit zou volgen dat [naam persoon 1] niet in oktober 2010 maar in oktober 2009 bij Bremen zou zijn begonnen. Hierop heeft IGG verwezen naar een cv van [naam persoon 1] uit 2016, waarover zij naar aanleiding van een sollicitatie beschikt. In dat cv staat dat [naam persoon 1] in 2010 is begonnen bij Bremen.”

“Gelet op deze (kennelijke) tegenstrijdigheid in de cv’s en aangezien partijen het er kennelijk over eens dat de ervaring bij Bremen relevante ervaring betreft, heeft de voorzieningenrechter partijen met een beroep op artikel 22 Rv verzocht de cv’s waarop zij zich beroepen in het geding te brengen.”

“Uit de overgelegde cv’s blijkt dat [naam persoon 1] volgens beide cv’s toch in (de voorzieningenrechter begrijpt oktober) 2010 bij Bremen is begonnen, zodat hij niet enkel op grond van zijn ervaring bij Bremen over de vereiste ervaring beschikt. Dit doet vermoeden dat de Gemeente bij haar eerste controle mogelijk is uitgegaan van onjuiste gegevens of dat de controle mogelijk onzorgvuldig is geweest. De nadere toelichting van [naam persoon 2] (zie 2.15) roept in dat opzicht alleen maar meer vragen op. Deze toelichting is kennelijk gegeven nádat naar voren is gekomen van de ervaring van [naam persoon 1] bij Bremen niet voldeed. Daarbij komt dat nu een beroep wordt gedaan op ervaring als calculator, die [naam persoon 1] zou hebben opgedaan in een periode die hij volgens zijn LinkedIn-account en zijn cv uit 2016 werkte als designer respectievelijk ontwerper/bouwkundig tekenaar (en dus, volgens dat oudere cv, niet als calculator) terwijl die specifieke ervaring in het oudere cv niet stond. Dat roept nog meer vragen op.”

“Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter nader onderzoek naar de relevante ervaring van [naam persoon 1] noodzakelijk. Het onder gevorderde II. gevorderde (voorlopige) verbod tot definitieve gunning aan Bremen wordt daarom, deels, toegewezen. Voordat nader onderzoek naar de inschrijving van Bremen heeft plaatsgevonden, is geen plaats voor een gebod om de inschrijving van Bremen terzijde te leggen of een gebod om de Opdracht vervolgens aan IGG te gunnen.”